KERN magazine

Media | No comments

Geert Braam woonde als kind op het terrein van de voormalige steenfabriek in Malburgen: “Mijn vader werkte als fabrieksarbeider. Alleen op zaterdagmiddag en zondag was hij vrij.”

 

 

“Gendt is mijn geboorteplaats, maar in 1963 verhuisde ik met mijn ouders naar Malburgen in Arnhem-Zuid.” vertelt Geert Braam. “Een jaar woonden we op de Bakenhofweg. Mijn vader, Gerrit Braam, werkte bij de AKU, de Algemene Kunstzijde Unie, een van de onderdelen waaruit later de Nederlandse multinational Akzo Nobel ontstond. Mijn vader vond het maar niks dat hij moest werken ‘in nette kleren’, dus toen hij een baan kreeg aangeboden op de steenfabriek hoefde hij niet lang na te denken. Opnieuw verhuisden we, een paar straten verderop, naar de Malburgseveerweg, midden op het terrein van de steenfabriek.”

 

Wij woonden in het eerste huis als je van de dijk afkwam, tussen de twee pijpen. Het was een groot huis en enkele jaren bewoonden we alleen het achterste deel. In het voorste deel woonde de familie De Leeuw, tot ongeveer 1966. Ik kan me niet veel herinneren over deze periode, alleen dat ik af en toe speelde met Edith, mijn ‘voorkantbuurmeisje’. Toen de familie De Leeuw vertrok, verhuisden mijn ouders, zusje en ik naar de andere kant, de Malburgseveerweg nr. 10. Wat een ruimte kregen we! De woning telde vier slaapkamers en een enorme zolder die je kon bereiken via een deur in een kast. Als kind vond ik die zolder heel groot en griezelig. Het krioelde er van de muizen en ratten die je ’s nachts hoorde trippelen terwijl je in je bed lag.

 

We woonden in een groot huis tussen twee fabriekspijpen, midden op het terrein van de steenfabriek in Malburgen

 

Een gasaansluiting hadden we niet en dus geen douche. Douchen mocht in de kantine van de fabriek, maar alleen na werktijd omdat er anders arbeiders rondliepen. Niet zo leuk om daar op te moeten wachten, dus douchen deden we vaak op zaterdag of zondag. In de woonkamer hadden we een petroleumkachel, in de keuken en slaapkamers stonden kleine elektrische kachels die de boel matig verwarmden. In de winter kon het in de slaapkamers zo koud zijn dat er ijs zat op de binnenkant van de ramen en sneeuw lag op de vensterbank! Als we bezoek kregen op zondag en er lag sneeuw, dan ging mijn vader met heftruck en sneeuwschuiver de weg op om de boel begaanbaar te maken. Dit deed hij overigens niet alleen op zondag, maar ook op doordeweekse dagen. Als het had gesneeuwd of glad was, had mijn vader nooit vrij. Dat was het nadeel van wonen bij de steenfabriek.

 

Ik zie mijn vader nog lopen met zijn klotje

Mijn vader als heftruckchauffeur bij de fabriek en verplaatste stenen. Van maandag t/m vrijdag werkte hij van 7:30 tot 16:30 uur en op zaterdag van 7:30 tot 12:00 uur. Lange dagen. Ik zie hem nog lopen met zijn klotje (ronde platte pet) en werkkleding. Dat maakte veel indruk. Voor mij als kind viel er van alles te beleven op de fabriek, bijvoorbeeld wanneer de bakovens werden gerenoveerd. Dan zagen mijn vrienden en ik onze kans schoon en liepen we boven op die enorm grote ovens. Verder hielp ik vaak de stoker mee, Piet Foget was zijn naam. Samen stonden we dan boven op de verbrandingsoven. Maar bij het invullen van lijsten hielp ik hem ook graag.

 

Omdat er in mijn kindertijd nog geen vuilnisophaaldienst kwam bij de steenfabriek, werd al het vuil in de oven gegooid en later in een groot gat. Ook andere mensen gooiden daar soms spullen in, wat wij geweldig vonden als kinderen; lekker rondsnuffelen en van alles ontdekken.

 

In 1839 richtte veerman Gerhard Vermeulen de Steenfabriek Malburgen op, op de plek waar nu de voetbalvelden liggen van Arnhemia. Malburgen hoorde vroeger bij Huissen en er werkten veel Huissenaren op de steenfabriek. In 1991 werd de fabriek gesloten. De schoorsteen hield het nog een tijdje vol, maar werd steeds krommer en om veiligheidsredenen in juli 1995 opgeblazen. Niets herinnert nu nog aan die tijd.

 

Op zondagen, als er niemand aanwezig was, vonden we het heerlijk om over het rustige fabrieksterrein te lopen. Of om ergens naar binnen te klimmen en op ontdekkingstocht te gaan. Soms sprongen we van een van de daken op een grote zandhoop. Ooit viel ik vier of vijf meter naar beneden en liep een lichte hersenschudding op. Een andere keer werd ik voor de grap achterna gezeten in de kantine door de buurmeisjes en bleef ik met mijn voeten achter een mat haken. Ik viel door een ruit en haalde beide polsen open. Het bloedde vreselijk en ik werd zo snel mogelijk naar het ziekenhuis gebracht, waar mijn polsen netjes werden gehecht. Daar zat ik dan, met beide polsen in het verband, in de draaimolen op de Huissense kermis.

 

Ook na werktijd kon ik overal komen op de steenfabriek. Je ging gewoon overal naar binnen om te kijken of je kattenkwaad kon uithalen. Van alles vrat ik uit, achteraf stom, maar ja, ik wist niet beter. Verder vond ik aardappels bakken leuk. Dan namen we een pan, aardappels en boter mee van thuis, zochten een geschikt plekje en gingen aan de slag. Om vervolgens lekker te kunnen smullen, heerlijk was dat! Ik verzon van alles om me te vermaken, van het weghalen van konijnenstrikken, omdat ik het zielig vond, tot vogeltjes vangen met lijm. Kinderlogica. Gelukkig heb ik nooit iets gevangen, maar je had weer iets te doen.

 

Die ongekende vrijheid mis ik soms nog steeds

In een loods op het fabrieksterrein stonden twee auto’s, een Opel Kaptein die niet meer reed en een VW Kever. Als er niemand was, ging ik stiekem een stukje rijden, wat best aardig ging. Af en toe botste ik tegen een tas stenen aan; niemand die het merkte. ‘s Avond reden er vaak auto’s op het fabrieksterrein die vol werden geladen met stenen. Van alle gestolen stenen, had ik een compleet huis kunnen bouwen. Ook werd er wel eens ingebroken, aan de andere kant van het huis. Een stoker die vrijwilliger was bij de politie heeft ooit een paar keer in de lucht geschoten. Om de dieven af te schrikken.

 

Als jongetje speelde ik vaak op het terrein van de fabriek, maar ik was ook regelmatig te vinden aan de oever van de Rijn, zo’n beetje onze achtertuin. Dan ging ik lekker vissen. Je hoefde niet ver te lopen en je kon gaan wanneer je wou. Heerlijk was dat, die ongekende vrijheid. Dat mis ik soms nog steeds.

 

Ik sorteerde stenen op hardheid en kleur of reed op de tractor en heftruck

 

Toen ik wat groter werd, spijbelde ik steeds vaker van school om ook op de steenfabriek te kunnen werken. Met de heftruck verplaatste ik stenen of gooide bakken leeg. Verder zat ik vaak op de tractor om stenen naar de sorteerloods te brengen of zand naar de menger. Geweldig vond ik dat. Er was altijd wel iets te doen. Daarnaast sorteerde ik stenen, wat ik deed op gehoor (klank), gevoel (gewicht, breken) en gezicht (kleur, structuur van het breukvlak, scheuren etc.). Per baksel sorteerde ik een aantal soorten op hardheid, dichtheid en kleur, van rood, via boerengrauw naar hardgrauw. Ik droeg zelfgemaakte, rubber handschoenen; of beter gezegd: stukken rubber, iets groter dan mijn hand, met inkepingen waar mijn vingers doorheen staken. Zo werden mijn handen redelijk beschermd.

 

Mijn moeder verdiende een centje bij met het schoonmaken van de kantine en het kantoor van de steenfabriek. In de beginjaren hadden we nog geen telefoon, maar als mijn moeder het kantoor schoonmaakte, konden we bellen of gebeld worden. Later kregen we zelf telefoon, een stuk makkelijker.

 

Terug naar de bewoonde wereld

Op 1 maart 1979 brak er een grote brand uit op de steenfabriek. Kortsluiting in de stoppenkast van de drogerij. Wij hadden het niet eens in de gaten, de brandweer werd gebeld door iemand bij de Billiton, aan de overkant van de Rijn. Omdat ons huis na de brand onbewoonbaar werd verklaard verhuisde ik met mijn ouders en zus in 1980 terug naar de bewoonde wereld, naar de Visserslaan, ook in Malburgen. Dat was wel even wennen, van het fabrieksterrein, waar maar een paar woningen stonden, naar een straat vol huizen. Een paar jaar later brandde ons oude huis helemaal af.

 

Nog steeds woon ik niet ver de plek waar ooit de steenfabriek stond, samen met mijn vrouw, die ik ontmoette in de fabriek. We zijn nu 29 jaar getrouwd en hebben twee kinderen, een zoon en een dochter. Ook zij hebben heel wat keren geluisterd naar de verhalen over mijn jeugd. Wat een mooie tijd, ik zal het nooit vergeten.

 

Om de geschiedenis rondom de steenfabriek levend te houden, startte ik een site met verhalen en foto’s over de fabriek: www.steenfabriekmalburgen.nl