Levensloop Roelof Flederus

Overig | No comments

Levensloop R .Flederus

 

Geboren 16 oktober 1913 in Nijeveen.

Hij trouwd als hij 24 jaar is met  Cornelia, Wilhelmina Melchior en wel op 6 mei1938.

Zij gaan in Elden wonen waar ook zijn ouders wonen.

Voor dat de oorlog 1940-1945 begint zijn er 2 kinderen geboren, tijdens de oorlog nog eens 2.

Over de oorlogsjaren heb ik verschillende verhalen gehoord, zoals wassen voor de militairen in ruil voor koffie, zeep, chocolade enz.

Uit geen enkel verhaal heb ik gehoord dat zij direct met het oorlogsgeweld te maken hebben gehad.

 

Ik ken mijn vader en moeder als hardwerkende mensen, mijn vader als fabrieksarbeider bij de steenfabriek en later bij de hardmetaalfabriek, mijn moeder als huisvrouw. Zij hadden inmiddels 8 kinderen.

 

Pa werkte als kruier op de steenfabriek, dat hield in kleiblokken in de vorm van bakstenen met een kruiwagen in de oven brengen, ze daar netjes opstapelen en als de oven vol was kon er wel weer een andere leeg gekruid worden.

Tussendoor moesten er nog vrachtwagens met de hand geladen worden, dit gebeurde op het tastveld, waar alle gebakken en goedgekeurde stenen stonden opgetast.

Bij deze dagtaak zorgde mijn vader ook nog voor 2 volkstuintjes waar hij aardappels, bonen, bietjes en woteltjes verbouwde.

Dit zal wel niet uit weelde gebeurd zijn maar dat begreep ik toen niet, vandaar dat meehelpen op de volkstuin door mij en mijn broers niet al te spontaan verliep.

 

In de zomer vond ik het wel leuk om als ik van de lagere school thuiskwam, een blauwe emaille kruik of fles met koude thee naar mijn vader te brengen.

Dat was een mooie wandeling, helemaal langs de Veerpolderstraat tot aan de volkstuintjes en dan over de dijk naar de steenfabriek.

 

Later werkte hij daar als stoker of ovenist,dit is een baan in ploegendienst want het bakken van bakstenen was een continu proces, met een pyrometer kan je de temperatuur in de oven bepalen en met een kraan de toevoer van de olieregelen.

Dat gaat druppelsgewijs, de druppels vallen boven in de oven en voordat ze op de stenen vallen komen ze al tot ontbranding, een effect wat ik herken in dieselmotoren.

Vrij tijd of vakantie zat er zelden of nooit in, dan was er wel wat bij te verdienen met appels of kersen plukken.

 

 

Ging het slechter in de baksteen industrie, of kon hij meer verdienen, de  juiste aanleiding weet ik niet, maar mijn vader ging naar de hardmetaalfabriek waar hij ook weer ovenist werd, alleen waren het hier elektrische ovens, en het produkt bestond uit beitel en boorpuntjes maar ook stiften voor autobanden waar veel vraag naar was.

Hier heefd hij gewerkt tot hij afgekeurd werd en in de w.a.o. kwam, volgens velen welverdiend want er waren wel mensen die minder mankeerden en makkelijk afgekeurd werden, bij hem ging dat allemaal wat moeizamer.

Ook in zijn verdere leven en zelfs daarna denken velen nog terug aan de giftige stoffen waar  hij toen mee moest werken, zoals boter op een bakplaat zorgd dat de koekjes niet vastbakken zo zorgde dat goedje ervoor dat hardmetaal producten niet vastbakten aan de bakplaat.

 

Vanaf die tijd was hij een wat stillere man die minder ondernemend was als vroeger, en van lieverlee achteruit ging in onthouden, in lopen en in beven, het schijnt erg moeilijk te zijn een juist evenwicht te vinden tussen de twee medicijnen, een voor dementie en de ander voor de ziekte van parkinson.

In een later stadium belandt hij in de Elderhoeve waar hij een jaar later overlijd, op nog geen kilometer vanaf de begraafplaats van zijn beide ouders.

Zij lagen begraven bij de Bonifatius kerk aan de Huissensedijk.

Zo nu en dan bezocht ik de graven om ze toonbaar te houden.

In de loop van 2010 zijn de graven geruimd.

 

Henk Flederus Nijmegen

 

Origineel; 13-10-1992